Wet- en regelgeving

Veranderingen in wet- en regelgeving

De Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van de sociale zekerheid, zorg en zorgverlening verandert voortdurend. De laatste jaren steeds sneller en drastischer. De wens het aantal WAO-ers terug te dringen, het principe 'werk boven inkomen', marktwerking in de zorg- en reïntegratiesector heeft geleid tot ingrijpende veranderingen. De zorgaanbieders moeten goedkoper, efficiënter en marktgerichter gaan werken. De wetgeving wordt daarop aangepast. Een aantal recente ontwikkelingen hebben effect op de dienstverlening van de GGZ professional.

Lees verder:

De AWBZ teruggebracht tot de kern

Iedereen die in Nederland woont of werkt is via de AWBZ verzekerd voor zorg en begeleiding bij langdurige ziekte, handicap of ouderdom. De uitgaven in de AWBZ vertonen echter al jaren een sterke groei. Daarom heeft het kabinet maatregelen genomen om de AWBZ terug te brengen tot de kern. De overheveling van de geestelijke gezondheidszorg geneeskundige cure naar de basisverzekering biedt nieuwe kansen voor nieuwe aanbieders.

Download pdf artikel: Marktwerking in de gezondheidszorg

De WAO wordt WIA

Sinds 1 januari 2006 is de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen van kracht. De WIA vervangt de WAO. Bij de WIA staat 'werken naar vermogen' centraal. Dit heeft gevolgen voor zowel de werkgever als de werknemer.

Nieuwe WAO-stelsel heeft eigen 'WIA-gat'

Dringende maatregelen zijn nodig om de nadelige inkomensgevolgen van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) te repareren. Als het aan Hugo Keuzenkamp, directeur Zorg & Inkomen van OHRA, ligt, moeten werkgevers en werknemers hiervoor zo snel mogelijk afspraken maken. Volgens Keuzenkamp lopen gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers die de verdiencapaciteit onvoldoende kunnen benutten, straks het risico om er fors op achteruit te gaan. Vooral hogere inkomens zullen hiervan de dupe worden.

Ruim tien jaar geleden was er een vergelijkbaar probleem met het WAO-gat. Dat hiaat is toen massaal gerepareerd in cao's. Keuzenkamp denkt niet dat dit nu ook gaat gebeuren: de financiële prikkel voor de werknemer om bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid weer te gaan werken, zou meteen ongedaan worden gemaakt. Wel is het volgens hem een optie om het mogelijke inkomensverlies via een aanvullende verzekering te beperken. Dit blijkt echter geen oplossing voor mensen die nu al ziek zijn. Zij komen niet in aanmerking voor een aanvullende verzekering, omdat ze voor verzekeraars een te groot risico vormen. Minister de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil voor hen ook geen wettelijke regeling treffen. Wel heeft hij toegezegd om met het Verbond van Verzekeraars te gaan praten. Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat er hoe dan ook een oplossing moet komen.

(Bron: Reïntegratie januari/februari 2006)

De Wet verbetering Poortwachter (WVP)

De Wet verbetering Poortwachter (WVP) heeft tot doel langdurig verzuim, en daarmee instroom in de WAO (nu WIA), te beperken. In 10% van het verzuim is de werknemer na 6 weken nog niet terug op de werkplek. Indien een werknemer na 3 maanden nog niet is teruggekeerd is de kans groot dat het verzuim langer dan een jaar zal duren. Noch de medewerkers, noch hun leidinggevenden of de arbodienst weten daar altijd goed raad mee.

In de Wet verbetering Poortwachter zijn strakke richtlijnen geformuleerd voor het handelen van alle betrokkenen bij langdurig verzuim. Met duidelijke voorschriften voor behandeling, begeleiding en reïntegratie van zieke werknemers en met grote druk op alle betrokkenen om zich actief in te zetten. Als behandelaar kunt u uw cliënt, de leidinggevende en de bedrijfsarts ondersteunen om te voldoen aan de eisen van de Wet Poortwachter en zo de reïntegratie te bevorderen en sancties te voorkomen.

BSN in de zorg

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het BSN (voorheen sofi-nummer) in de zorgsector ingevoerd. Kern van de Wet gebruik BSN in de zorg (Wbsn-z), is dat zorgaanbieders, zorgverzekeraars en indicatieorganen het BSN moeten opnemen in de eigen administratie én gebruiken bij onderlinge uitwisseling van gegevens over hun patiënten (persoonsgegevens, medisch-inhoudelijke en (financieel-)administratieve gegevens). Dit betekent dat bij persoonsgebonden gegevensuitwisselingen het BSN vermeld moet staan op alle (papieren en elektronische) dragers. Voorbeelden van dragers zijn een doktersrecept, een declaratie, een verwijsbrief en een ziekenhuisdossier.
 
Onderdeel van de nieuwe regelgeving is dat er voor het gebruik van het BSN door de zorgsector
een eigen sectorportaal is, de Sectorale Berichtenvoorziening in de Zorg (SBV-Z) en er nieuwe registers (UZI-register en ZOVAR komen voor de registratie van gebruikers van het burgerservicenummer in de zorg (zorgaanbieders, zorgverzekeraars en indicatieorganen). Ook worden eisen aan de beveiliging van elektronische communicatie vastgelegd. Het doel van de wet is de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren dankzij betrouwbare gegevensuitwisseling in de zorg.
 
Meer informatie kunt u vinden in de presentatie BSN in de Zorg van het ministerie van VWS. Klik hier voor de presentatie (PDF).